Aranya: over natuur en stilte

‘Aranya’ is een Sanskriet woord wat “stille plek in het bos” betekent. In het boeddhisme werd het opzoeken van dergelijke plekken om er verstilling en verdieping te vinden aangemoedigd. Het is zelfs de eerste van de twaalf ‘dhuta,’ twaalf traditionele richtlijnen voor herbronning voor monniken en nonnen. De term ‘dhuta’ betekent “afstoffen.” In dit geval betekent dit het stof van de wereld afschudden en terug de geest verfrissen en de spiegel van het bewustzijn oppoetsen. Het stof van de wereld betekent hier “hebzucht.” De twaalf ‘dhuta’ zijn dus twaalf oefeningen om de geest te vrijwaren van overdreven hebzucht.

Het bewust opzoeken van een stille plek in de natuur en daar tijd doorbrengen is de eerste van deze twaalf. De natuur wordt naar voren geschoven als een open ruimte waar een spirituele oefening plaats kan vinden, plaats mag vinden. De natuur en het bos als een bron van spirituele verfrissing en vernieuwing.

Deze boeddhistische oefening kan een inspiratie zijn voor onze hedendaagse natuurbeleving. Vaak is natuurbeleving ofwel natuurbeheer ofwel natuurrecreatie. Bij natuurbeheer staat het ‘beheren’ centraal: een bij uitstek menselijke activiteit van afperken, benoemen en onderhouden. Bij natuurrecreatie is de natuur een vluchtheuvel tegen de drukte van het menselijke bestaan, er ‘even uit' in de natuur na een drukke werkweek.

Zowel natuurbeheer als natuurrecreatie zijn nodig. Er is niets mis met het beschermen en beheren van waardevolle natuurgebieden, vooral wanneer deze steeds zeldzamer dreigen te worden. Er is ook niets mis met het even ‘uitwaaien’, weg van de drukte van het bestaan. Gelukkig zijn er soms nog de bomen die onze drukte even willen helpen dragen. Gelukkig weerklinken er nog stemmen van spelende en joelende kinderen in het bos.

Maar waarom is natuurbeheer en natuurrecreatie zo broodnodig geworden? Hoe komt het dat de natuur beheerd en beschermd moet worden? Hoe komt het dat we op het einde van de week er even uit moeten?

Misschien is het tempo waaraan we leven te hoog geworden. Misschien staat alles teveel in het licht van de bij uitstek menselijke drang naar meer. Nu veel natuur is opgebruikt rest ons vaak niet veel meer dan het te beheren en te beschermen. Nu we het zo druk is, rest er ons ook niet veel meer dan er even uit te zijn...en dan vlug terug?

Misschien is het wat sterk uitgedrukt, maar zou het kunnen dat hebzucht, de drang om steeds meer te willen, juist de oorzaak is van de huidige natuurbeleving als enkel beheer en recreatie. Natuurbeleving als ‘verstilling’ zou daarom een goede aanvulling kunnen zijn. De natuur als een spiegel van ons leven, de natuur als de plaats waar verstilling en verdieping van ons menselijke bestaan plaats kan vinden. Een plaats waarin we plots beseffen dat dit menselijke bestaan er maar één is onder de vele vormen van bestaan. Dat we intussen al genoeg onze stempel hebben gedrukt, en dat het verzachten van ons licht een welkome afwisseling zou zijn.

Rustig en bewust, zelfs op je eentje, je in de natuur begeven en daar wat tijd door brengen. Zonder al te veel te willen benoemen, zonder al te veel te willen uitleggen, zonder al te veel foto's te nemen, zonder al te veel woorden te spreken...Rustig, stap voor stap, adem voor adem opgenomen worden in een groots landschap, waarbij je aanwezigheid minder uitdrukkelijk wordt, maar de verbondenheid met de ruimte rond je groter wordt.

Deze ervaring proeven als een inspiratie om terug in het ‘menselijke’ leven te staan. De geest wat getransformeerd door deze ervaring, wat zachter en wat kleiner geworden. Niet meer zo gericht op eigen-belang. De blik wat ruimer, het gezichtsveld breder.

Dan wordt de natuur een ‘leermeester’ op het boeddhistische pad naar meer inzicht en medeleven. Een waardevolle ervaringsruimte om dankbaar te koesteren. En zorg voor te dragen. Omdat het een onlosmakelijk deel is geworden van het eigen bestaan. Zorgen voor gaat beter wanneer je je verbonden voelt. Het gebeurt spontaan wanneer je mede-leeft met alle levende wezens.

Dat tijd doorbrengen op een stille plek in de natuur als eerste richtlijn wordt genoemd binnen de traditionele ‘dhuta-raadgevingen’ is zo bekeken makkelijk te begrijpen. Het is een belangrijke stap om hebzucht te minderen en medeleven te vermeerderen. De natuur als antidotum tegen hebzucht.

Shaku Jinsen
Hermitage onder het Bladerdek