Verstilling en Contemplatie Hoofdstuk 1 - Deel 2

GRONDTEKST

Ten tweede, het voorzien in voldoende kledij en voedsel.

Wat kledij betreft zijn er drie manieren. De eerste manier is die van de Nobele Man van de Sneeuwberg. Hij vond één stuk stof voldoende om rond zich te draperen en zich te bedekken. Hij kwam immers niet onder de mensen, en had zich de kracht van het verdragen van kou eigen gemaakt. De tweede manier is die van Kashapa. Hij leidde onafgebroken een leven in eenvoud en vond drie stukken kledij, samengeraapt uit vodden, voldoende, en had daarom geen andere kledij. De derde manier is die voor landen waar het vaak koud is, of voor diegene die de kracht om kou te verdragen nog niet volledig hebben verworven. Hier laat de Tathagata toe dat er buiten de drie kledingstukken nog honderd-en-één andere vormen van kledij gedragen worden. Het is echter wel vereist dat men de rituele instructies ontvangt over zuiverheid, en dat men weet hoeveel genoeg is. Wanneer de hang naar het verwerven en het verzamelen te sterk wordt, dan zal het bewustzijn onrustig worden en zal het Pad onderbroken worden.

Vervolgens, wat voedsel betreft, zijn er vier manieren. De eerste manier is die van de excellente figuren en grote beoefenaars. Zij houden zich op diep in de bergen, afgesneden van de wereld. Ze onderhouden hun lichaam door het nuttigen van planten en vruchten die ze naargelang het seizoen verzamelen. De tweede manier is bestemd voor diegene die altijd het eenvoudige leven leiden, en hun voedsel bedelen. Het bedelen van voedsel zorgt ervoor dat je de vier vormen van verkeerdelijk in je voedsel voorzien kunt doorbreken. Het stelt je in staat om op een juiste manier in je levensonderhoud te voorzien, waardoor het heilige pad kan ontstaan. Wat betreft de verkeerde manieren om in je levensonderhoud te voorzien, heb je ten eerste, het eten terwijl je naar beneden kijkt, ten tweede, het eten terwijl je naar boven kijkt, ten derde het eten terwijl je naar de vier tussenrichtingen kijkt, en ten vierde, het eten terwijl je naar de vier richtingen kijkt. Het hoe en waarom van deze verkeerde vormen van eten vind je in de uitleg van Shariputra aan Shucimukhi. De derde manier is wanneer je verblijft in een hermitage en een mecenas je eten brengt. De vierde manier is om in een monniken- of nonnengemeenschap te verblijven en het zuivere eten te nuttigen.

Op deze manier in je levensonderhoud te kunnen voorzien, dat is wat we bedoelen met ‘voldoen in kledij en voedsel’. Wanneer je immers niet beschikt over deze omstandigheden, zal je bewustzijn geen rust kennen en dit zal een hindernis op het Pad worden.

Ten derde, het vinden van een rustige en stille plaats.

Met rustig bedoelen we een plaats waar je vrij bent van allerlei taken, met stil bedoelen we een plaats waar geen commotie is. Er zijn drie plaatsen die geschikt zijn voor de beoefening van meditatie en concentratie. De eerste zijn de plekken diep in de bergen waar geen mensen meer komen. De tweede zijn plaatsen in de natuur geschikt voor een éénvoudig leven. Deze liggen bij voorkeur buiten de dorpen op minstens drie tot vier li. Op die manier word je niet meer gestoord, ook niet door de stemmen en geluiden van rondtrekkende herders en hun dieren. De derde plek is een zuivere gemeenschap van monniken en nonnen, ver van een plaats waar leken wonen. Al deze plaatsen zijn rustige en stille plekken.

Ten vierde, het zich vrij maken van allerlei verplichtingen.

Hierover zijn er vier ideeën. Eerst moet men zich vrij maken van allerlei verplichtingen omtrent het levensonderhoud, en moet men zich verder niet meer inlaten met wereldse handelingen. Ten tweede moet men zich vrij maken van allerlei relationele verplichtingen. Je zoekt het gezelschap niet meer op van leken, vrienden, familie of kennissen. Je vermijdt het komen en gaan van mensen en hun zaken. Ten derde, moet men zich vrij maken van verplichtingen wat betreft ambachten en technieken, geneeskunde, waarzeggerij en voorspellingen, horoscopen en berekeningen. Ten vierde moet men zich vrij maken van verplichtingen in verband met het studeren. Lezen, reciteren, beluisteren en studeren, dat zet je allemaal aan de kant. Dit is dus wat we bedoelen met het zich vrij maken van allerlei verplichtingen. Waarom is dit nodig? Voor wie zich met teveel verplichtingen in laat, zal de Weg steeds moeilijker te volgen zijn. Het bewustzijn wordt onrustig, en laat zich moeilijk concentreren.

Ten vijfde, het opzoeken van het gezelschap van goede vrienden.

Er zijn drie soorten goede vrienden. De eerste zijn de goede vrienden die je beschermen vanop afstand. Ze dragen zorg voor je met offergaven, en ze beschermen je goed, maar ze zorgen er ook voor dat ze de beoefenaar niet in de war brengen. De tweede zijn de goede vrienden die samen oefenen. Samen beoefenen ze de Ene Weg. Ze sporen elkaar wederzijds aan, maar lopen elkaar niet in de weg. De derde zijn de goede vrienden die onderwijzen. Ze doen dit aan de hand van alle middelen zonder onderscheid tussen uiterlijk en innerlijk, en onderwijzen de dharma-poort van meditatie en concentratie. Ze tonen je zaken, geven je onderricht, helpen je dit in praktijk te brengen, en schenken je vreugde.

Toelichtingen bij de grondtekst door Shaku Jinsen

De meditatie betrekken op je leven, en in dat alles eenvoud nastreven. Zo zou je de aanbevelingen wat betreft de basisvoorwaarden voor meditatie kunnen samenvatten.

Om in leven te blijven moet de mens voorzien in een aantal basisvoorwaarden: eten, drinken, kledij en onderdak. Omdat dit basale levensvoorwaarden zijn kun je ze niet zomaar aan de kant schuiven. Wie meditatie wil beoefenen doet er goed aan deze te betrekken in de beoefening. Zo vermijd je om een te scherpe opdeling te maken tussen uiterlijk (materiële leefwereld) en innerlijk (meditatie). Een gezonde meditatiebeoefening is ook een stilstaan bij de eigen basisvoorwaarden van het bestaan. In de traditionele benadering krijgen we een duidelijke typologie: van leefwereld van de asceet die rondkomt met de vruchten en noten in de natuur, gekleed in één enkel doek, tot het veilige onderkomen van een tempelgemeenschap voorzien in voedsel en kledij door donatie. Waar je jezelf ook situeert binnen ( of buiten?) deze typologie, de basisboodschap blijft dezelfde. Hou het simpel. Een bewustzijn dat enkel nog uitkijkt naar het verzamelen van meer, is onrustig. We zagen dat het doel van het Uitdoven inhield dat we een onrustig verlangen naar steeds meer moeten temperen. Dat neemt al een aanvang nog voor we op het meditatie-kussen plaatsnemen.

Een stille, rustige plaats is ook een basisvoorwaarde. Vrij van commotie en lawaai. In de praktijk betekent dit meestal een plaats afgezonderd van menselijke activiteit. Wij mensen blijken nogal lawaaierig en druk te zijn. Willen we een aanvang maken met de zoektocht naar verdieping, dan kunnen we beter eerst ons wat onttrekken aan een al te menselijke wereld van commotie, meningen en lawaai. Het is een paradoxaal en confronterend inzicht. Willen we een voller mens-zijn beleven, dan moeten we eerst leren wat minder mens te worden. Het valt op dat Zhi Yi de solitaire beoefening verscholen in de diepe bergen als eerste aanprijst. Wellicht is dit niet voor iedereen weggelegd. Toch is het een belangrijke gedachte die we mee kunnen nemen in de eigen beoefening. Nu en dan er eens alleen op uittrekken in de natuur als een persoonlijke oefening in verdieping. Een klein zitmatje en in een rugzak een appel en een flesje water, en dan een dagje rondzwerven en hier en daar even gaan zitten in stilte. Dat is een oefening die ik graag doe om het comfortabele, maar ook instrumentale en formele, karakter van meditatie in een goed uitgeruste meditatie-ruimte te doorbreken.

Deze afzondering mag zich echter niet uiten als waardeoordeel. Dat jij als stilte-zoeker beter zou zijn dan al de rest, die zich verliezen in hun drukke agenda’s. De afzondering moet een open poort blijven naar meer verbondenheid. Daarom kunnen rustige plaatsen ook sociale plaatsen zijn. Een kleine gemeenschap van eensgezinde beoefenaars die toch betrokken blijft op een grotere leefwereld. Dat is ongeveer het ideaal van een boeddhistische tempelgemeenschap.

Wanneer aan deze basisvoorwaarden voldaan zijn, kunnen we nog wat verder gaan. Het is het éénvoudig maken van tal van nevenactiviteiten. Een tijd creëren om van de meditatie de hoofdactiviteit te maken. Wellicht is dit voor velen onder ons lastig in praktijk te brengen. We kunnen natuurlijk beslissen om ons tijdelijk te onttrekken aan drukte: we trekken ons terug in een retraite. Dat kan deugd doen, maar vreemd genoeg ook vermoeiend zijn. Eerst heel hard gaan en dan heel stil worden, om dan weer heel hard te gaan… Daarom stel ik graag een andere weg voor: de moed vinden om de meditatie een tijd te geven in, en niet buiten je agenda. De euvele moed vinden in deze drukke tijden om heel bewust een leeg vlak te laten in je planning, en de discipline cultiveren om deze te bewaren.

Eenvoud in eten, drinken, kledij, onderkomen en activiteiten. Als we niet oppassen lijkt dit een negatieve weg te worden van ‘dit mag niet’ en ‘dat mag niet’. Daarom is het mooi om als laatste basisvoorwaarde vriendschap te zien verschijnen. Binnen vriendschap worden ook een aantal gradaties besproken. Er zijn de wat onzichtbare vrienden die je van buitenaf helpen. Ze zijn niet direct betrokken op je beoefening, maar schenken je wel de mogelijkheden. Omdat ze wat onzichtbaar zijn, worden ze al eens over het hoofd gezien. Nu en dan eens rond je kijken en dankbaar zijn voor de vele onzichtbare vrienden is dan ook een goede oefening. Je mede-beoefenaars zijn dan wel weer zichtbaar; ze zitten naast je. Je kan ze zien als een spiegel voor je eigen beoefening. Ze tonen delen van de Weg die je nog niet/reeds bewandeld hebt. Bij deze twee vormen van vrienden komt iets terug in de grondtekst wat de aandacht trekt: ‘ze brengen je niet in de war’ en ‘ ze lopen elkaar niet in de weg’. Een goede vriend helpt je maar dringt zich niet op. Meestal staat de beoefening al vast. In die vaste formule is ruimte ingebouwd voor persoonlijke groei. Dat is groei die op een eigen ritme wordt ingevuld. Je hoeft jezelf niet te meten met de andere beoefenaars. Je bent al op dezelfde weg, je beoefent al op dezelfde manier. Maar je hoeft niet op hetzelfde moment tot dezelfde inzichten te komen. Een goede vriendschap respecteert ook dat verschil.

Een laatste soort vriendschap is een bijzondere vriendschap: die van de leraar. Misschien is het wat vreemd om dit ook in de categorie vriendschap onder te brengen. Maar vriendschap betekent binnen deze context het relationele kader dat je dichter bij de verlichting brengt. Dan is de verhouding met een leraar daar een belangrijk deel van. We zijn het gewoon om onze verwezenlijkingen aan de eigen inspanning toe te schrijven. Fouten schuiven we liever af op de ander. Maar bij alles wat we doen, is er meestal iemand die het voor ons heeft gedaan, en daar zijn ervaring over deelt. Voor het geoefend oog gaat er geen dag voorbij zonder dat ‘een leraar’ voorbij komt en ons iets toont over het leven.

Shaku Jinsen
Hermitage onder het Bladerdek, 6 maart 2021