Verstilling en Contemplatie Hoofdstuk 5

GRONDTEKST

Ten Vijfde, vaardige middelen in praktijk brengen

Wie verstilling en contemplatie beoefent, moet zich bekwamen in de dharma-poort van de vaardige middelen. Er zijn er vijf.

Ten eerste, wilskracht. Men moet zich willen verwijderen van alle wereldse verkeerde ideeën en omgekeerde redeneringen. Men moet zich willen richten op het verwerven van de dharma-poort van alle vormen van meditatie en inzicht. We kunnen dit ook ‘de intentie hebben’, ‘de wens koesteren’, ‘een voorkeur hebben voor’ of ‘vreugde vinden in’ noemen. De persoon met de juiste wilskracht heeft namelijk de intentie om, koestert de wens om, heeft een voorkeur voor, of vindt vreugde in alle diepzinnige dharma-poorten. Daarom noemen we het ‘wilskracht’. De boeddha zei hierover:

“Alle deugdzame dharma’s hebben als basis wilskracht.”

Ten tweede, inzet. Men volgt consequent en minutieus de voorschriften om de vijf sluiers te kunnen afgooien. Ook in de vroege en late uren van de nacht oefent men geconcentreerd en met inzet, zonder op te geven. Je kan het vergelijken met het gebruik van een vuurboor; als er nog niet voldoende warmte is geproduceerd mag je niet stoppen. We noemen dit de deugdzame weg van inzet.

Ten derde, aandachtig blijven. Je houdt altijd voor ogen dat wereldse zaken je om de tuin leiden en daarom niet de moeite zijn. De meditatie beoefening daarentegen beschouw je als eerbiedwaardig en belangrijk; als een edel doel. Wie zich bekwaamt in de meditatieve concentratie is in staat om de verschillende vormen van onbezoedelde wijsheid aan te spreken. Men kan de verschillende vormen van de alles doordringende kracht oproepen. Zo realiseert men het juiste inzicht, en kan men alle levende wezens bijstaan in hun zoektocht naar de overkant. Dit is wat we bedoelen met ‘een edel doel’. Dit altijd in gedachten houden, is wat we ‘aandachtig blijven’ noemen.

Ten vierde, de juiste kennis. Het gaat hier om het vergelijken van de vormen van wereldse vreugde en de vormen van vreugde voortkomend uit meditatie. Het gaat over de afweging wat betreft hun respectievelijke voor- en nadelen, en of ze van groot belang zijn of niet. Daarbij komen we tot het inzicht dat wereldse vormen van vreugde veel moeite vragen en slechts weinig opleveren. Ze zijn vluchtig, of hebben een dubbele bodem, en zijn weinig substantieel. We kunnen zeggen dat ze veel moeilijkheden kennen, en dat ze oppervlakkig zijn. De vreugde die voortkomt uit meditatie en inzicht getuigt van rust, sereniteit en klaarheid van geest. Deze vreugde gaat voorbij aan het eigen kunnen, en is niet ‘gemaakt’. We slagen erin ons op een bestendige manier te verwijderen van leven en dood, en ons op een duurzame manier te verlossen van lijden. Deze vreugde kent dus veel voordeel en is daarom van groot belang. Het onderscheid kunnen maken tussen deze zaken is wat we bedoelen met ‘juiste kennis’.

Ten vijfde, vastberadenheid. Door het maken van het juiste onderscheid, ziet men met klaarheid dat de wereldse zaken beschouwd kunnen worden als problematisch en onheilzaam. De verdiensten van heilzame kennis en meditatief inzicht zijn eerbiedwaardig en nobel. Op dit punt moet men eensgezind en met grote vastberadenheid zijn zinnen zetten op de beoefening van verstilling en contemplatie. Het bewustzijn wordt daardoor zoals een diamant, en noch hemelse demonen, noch andere leerstellingen slagen erin deze stuk te maken. Dit is wat we ‘vastberadenheid’ noemen. Het is te vergelijken met iemand die op reis vertrekt. Eerst kijk je of de wegen open of gesloten zijn, dan maak je een beslissing, en kan je vastberaden vertrekken en je reis voortzetten. Op dezelfde manier spreken we hier over het juiste inzicht en vastberadenheid. In de geschriften staat:

“Zonder inzicht komt men niet tot meditatie, zonder meditatie komt men niet tot inzicht.”

Dit vat het hele idee samen.

Toelichtingen bij de grondtekst door Shaku Jinsen
Hoofdstuk vijf is kort, en recht voor de raap. Een aangename verpozing na het lange en gedetailleerde vierde hoofdstuk. Toch is de inhoud weerbarstig. Het gaat over de ‘vaardige middelen’, een wat stroeve vertaling van het Engelse ‘skilfull means’. Dat is op zijn beurt een vertaling van de Sanskriete boeddhistische term ‘upaya kausalya’.

Concreet gaat het om de pedagogische kwaliteit bij uitstek: hoe maak je abstracte ideeën duidelijk zodat ze aangepast zijn aan de noden van je publiek? Deze kwaliteit werd toegeschreven aan een boeddha: met zijn diepe kennis en oneindig mededogen kan hij/zij altijd inschatten hoe de boodschap het best wordt gebracht.

Daarbij gaan we er vaak vanuit dat dit in de eerste plaats betekent: toegankelijker, transparanter, eenvoudiger, makkelijker. Het valt op dat heel wat hedendaagse handleidingen meditatie vaak beginnen met de raad: ‘ga ontspannen zitten of liggen, en zorg dat je comfortabel bent…’

Niets van dat alles bij Zhi Yi. Zo bespraken we reeds in het vorige hoofdstuk uitvoerig de praktische instructies om de middenweg te vinden tussen ontspannen en overspannen zijn.

Hoofdstuk vijf zet in dat opzicht deze robuuste taal verder. Het begint met een strenge reminder: je moet het willen. Er moet op zijn minst de intentie zijn om te oefenen, in al zijn concreetheid. Je mag het idee van meditatie wel interessant vinden, uiteindelijk komt het er op neer daadwerkelijk te willen oefenen. Het kan wel eens gebeuren dat je geen zin hebt om op je kussen te zitten. Op dat moment moet het totaal project, de grotere weg je blijven inspireren. Met dat vangnet kun je jezelf opvangen: vandaag heb ik even geen zin, maar ik geloof hier in. Dus ik ga geen-zin-hebbend toch mediteren.

Als dat initiële momentum van het willen er eenmaal is, kan de reis beginnen, én verdergaan. Inzet is de juiste energie aan de dag leggen om niet leeg te lopen na de eerste ronde. Regelmaat en doorzetting zijn de sleutelwoorden, altijd even minutieus, ook in de ‘vroege en late uren van de nacht’, aldus Zhi Yi.

Waarom toch die strenge toon? Omdat het belangrijk is. Omdat het hier niet gaat om een vrijblijvende wellness oefening die je louter voor jezelf beoefent. Het gaat hier om een beoefening die raakt aan het wezen van de mens: hoe zinvol leven voorbij de grenzen van mijn leven? Deze horizon altijd voor ogen houden is wat Zhi Yi de ‘juiste aandacht houden’ noemt. Het edele streven om verder te wandelen dan het eigen geluk, en deze ervaring willen openstellen voor het welzijn van alle levende wezens.

De uitleg van Zhi Yi is streng, maar klaar en duidelijk. Deze klaarheid is het resultaat van zijn eigen studie en beoefening van de boeddhistische leer. Wij kunnen in zijn werk meelezen, door zijn bril. De informatie is al gefilterd en geordend. De voordelen van de beoefening werden opgelijst tegenover de moeilijkheden van het leven. Zhi Yi maakt ons daarmee bevoorrechte medereizigers, rijk voorzien van kaarten en gidsen.

Maar uiteindelijk is de laatste zet voor ons. Geen enkele pedagoog, geen enkele reisgids kan je finaal meetrekken met wat ‘vaardige middelen’. Dat blijft een opdracht voor het eigen hart: de zaken bekijken, beluisteren, leren vertrouwen, en dan durven springen met overgave en vastberadenheid. De weg is open, de kaart ligt opengevouwen op tafel. Een innerlijk avontuur lonkt. Het gezelschap is goed. Het doel is nobel.

Shaku Jinsen
Hermitage onder het Bladerdek, 5 juli 2021